Wetenschappelijke integriteit

Binnen de Universiteit van Amsterdam hebben alle betrokkenen bij het onderwijs en onderzoek een eigen verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de wetenschappelijke integriteit. De algemene beginselen van professioneel wetenschappelijk handelen moeten daartoe altijd worden nageleefd.

Vertrouwenspersoon

Heeft u vragen over wetenschappelijke integriteit? Dan kunt u terecht bij de vertrouwenspersonen Wetenschappelijke integriteit van de UvA. Uw vragen en vermoedens van schending over wetenschappelijke integriteit worden vertrouwelijk behandeld.

Commissie Wetenschappelijke Integriteit

Een van de middelen om de wetenschappelijke integriteit te toetsen, is het recht om een klacht in te dienen als (het vermoeden bestaat dat) medewerkers van de universiteit de wetenschappelijke integriteit schenden.

De Universiteit van Amsterdam heeft hiervoor een Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit (2013) vastgesteld en een Commissie Wetenschappelijke Integriteit ingesteld die de klachten onderzoekt en daarover advies uitbrengt aan het College van Bestuur.

UvA-adviesrapport Wetenschappelijke integriteit

In september 2017 publiceerde de Werkgroep Wetenschappelijke Integriteit het adviesrapport 'Integriteitsbeleid en onderzoekscultuur Adviezen ter bevordering van integere wetenschapsbeoefening'. In dat rapport staan adviezen over beleid ter waarborging van de wetenschappelijke integriteit.

Nederlandse Gedragscode 

De Universiteit van Amsterdam onderschrijft de principes uit de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (VSNU 2004, versie 2014). De code verplicht de wetenschapsbeoefenaar niet alleen tot naleving van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid, maar verplicht hem ook al het mogelijke te doen om de naleving ervan in zijn academische omgeving te bevorderen en te handhaven.

European Code of Conduct for Research Integrity

De European Code of Conduct for Research Integrity is voor de Europese onderzoeksgemeenschap als kader voor zelfregulatie binnen alle wetenschappelijke en onderwijsdisciplines en voor alle onderzoeksactiviteiten.

De in 2017 herziene Code benoemt de uitdagingen die voortkomen uit onder meer technologische ontwikkelingen, open science, citizen science en sociale media. De Europese Commissie ziet de Code als een referentiedocument voor wetenschappelijke integriteit binnen alle door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten. Ook is het een model voor organisaties en onderzoeks in heel Europa.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

Juridische Zaken

20 juni 2018